Japanse duizendknoop Fallopia Japonica
Hoe je deze invasieve woekeraar kunt aanpakken door gebruik te maken van zijn zwakke plek

Er zijn verschillende soorten Aziatische duizendknopen met invasieve eigenschappen. In LIFE Resilias gaan we aan de slag met de Japanse duizendknoop (Fallopia Japonica) Ook wel bekend onder de synoniemen reynoutria Japonica en polygonum cuspidatum.

English: Japanese knotweed
Français: Renouée du Japon
Deutsch: Japanischer Staudenknöterich

Ecosysteemaanpak Japanse duizendknoop

Om de invasiviteit van de Japanse duizendknoop in te dammen, zetten we in LIFE Resilias inheemse soorten in. Om een goede uitgangssituatie te creëren is het belangrijk om de wortelstokken zoveel mogelijk uit te graven. Daarna volgt een proces van nazorg, waarna we starten met de aanplant van inheemse boom- en struiksoorten en het inbrengen van zaadmengels. Deze soorten, waaronder bijvoorbeeld bramen, krijgen zo alle kansen om de concurrentiestrijd met de Japanse duizendknoop aan te gaan.

Botanische beschrijving

De Japanse duizendknoop is een plant uit de duizendknoopfamilie (polygonaceae). De plant komt oorspronkelijk uit Japan, maar doet het ook op andere plekken op de wereld erg goed. De IUCN vermeldt de Japanse duizendknoop als een van de honderd meest invasieve soorten ter wereld.

Kenmerken
De Japanse duizendknoop is een diepwortelende, sterk woekerende vaste plant met lange holle stengels van 0,5–3 m lang met zijtakken en 5–12 cm grote bladeren eraan. De plant vormt stevige wortelstokken, die het polyfenol Resveratrol bevatten. In de winter sterft de plant bovengronds af. In maart en april schieten de stengels relatief snel op uit de grond, tussen de verdorde stengels van het jaar ervoor. Ze ontwikkelen lichtgroene bladeren op regelmatige afstanden op de stengel. Op de middennerf van de achterkant van het blad zitten schubvormige haren. Op de basis van de bladsteel zit een grote, langwerpige honinggroef. De jonge stengel is vrij buigzaam, later wordt deze dikker en krijgt wat rode spikkels. De planten groeien zonder ondersteuning en kunnen zeer hoog worden. De stengel is opgebouwd uit holle stengelleden of internodiën, zoals we ook zien bij de bamboe. Op de grens tussen twee hiervan bevindt zich een knoop waaraan zich een zijtak en een blad bevinden. Ook de zijtakken zijn op deze wijze verder opgebouwd. De wand van de stengel bestaat uit twee delen. Een dik deel dat groen is en voor de stevigheid zorgt, en een doorzichtig vlies met rode vlekjes. Gezamenlijk ziet de stengel er dan groen uit met rode vlekjes. De plant bloeit in augustus en september met crèmewitte, soms witroze, bloemen. De tuitjes in de bloeiwijze zijn vrijwel kaal en afgerond of kort toegespitst. De vruchten zijn roodachtig en hebben een vliezige zoom of vleugel om de vruchten. De plant groeit in groepen op voedselrijke vochtige bodem, zoals langs beken en op rivieroevers. Hij verdraagt wel schaduw, maar geeft de voorkeur aan de volle zon.

Japanse duizendknoop Fallopia Japonica
Hoe je deze invasieve woekeraar kunt aanpakken door gebruik te maken van zijn zwakke plek

Er zijn verschillende soorten Aziatische duizendknopen met invasieve eigenschappen. In LIFE Resilias gaan we aan de slag met de Japanse duizendknoop (Fallopia Japonica) Ook wel bekend onder de synoniemen reynoutria Japonica en polygonum cuspidatum.

English: Japanese knotweed
Français: Renouée du Japon
Deutsch: Japanischer Staudenknöterich

Ecosysteemaanpak Japanse duizendknoop

Om de invasiviteit van de Japanse duizendknoop in te dammen, zetten we in LIFE Resilias inheemse soorten in. Om een goede uitgangssituatie te creëren is het belangrijk om de wortelstokken zoveel mogelijk uit te graven. Daarna volgt een proces van nazorg, waarna we starten met de aanplant van inheemse boom- en struiksoorten en het inbrengen van zaadmengels. Deze soorten, waaronder bijvoorbeeld bramen, krijgen zo alle kansen om de concurrentiestrijd met de Japanse duizendknoop aan te gaan.

Botanische beschrijving

De Japanse duizendknoop is een plant uit de duizendknoopfamilie (polygonaceae). De plant komt oorspronkelijk uit Japan, maar doet het ook op andere plekken op de wereld erg goed. De IUCN vermeldt de Japanse duizendknoop als een van de honderd meest invasieve soorten ter wereld.

Kenmerken
De Japanse duizendknoop is een diepwortelende, sterk woekerende vaste plant met lange holle stengels van 0,5–3 m lang met zijtakken en 5–12 cm grote bladeren eraan. De plant vormt stevige wortelstokken, die het polyfenol Resveratrol bevatten. In de winter sterft de plant bovengronds af. In maart en april schieten de stengels relatief snel op uit de grond, tussen de verdorde stengels van het jaar ervoor. Ze ontwikkelen lichtgroene bladeren op regelmatige afstanden op de stengel. Op de middennerf van de achterkant van het blad zitten schubvormige haren. Op de basis van de bladsteel zit een grote, langwerpige honinggroef. De jonge stengel is vrij buigzaam, later wordt deze dikker en krijgt wat rode spikkels. De planten groeien zonder ondersteuning en kunnen zeer hoog worden. De stengel is opgebouwd uit holle stengelleden of internodiën, zoals we ook zien bij de bamboe. Op de grens tussen twee hiervan bevindt zich een knoop waaraan zich een zijtak en een blad bevinden. Ook de zijtakken zijn op deze wijze verder opgebouwd. De wand van de stengel bestaat uit twee delen. Een dik deel dat groen is en voor de stevigheid zorgt, en een doorzichtig vlies met rode vlekjes. Gezamenlijk ziet de stengel er dan groen uit met rode vlekjes. De plant bloeit in augustus en september met crèmewitte, soms witroze, bloemen. De tuitjes in de bloeiwijze zijn vrijwel kaal en afgerond of kort toegespitst. De vruchten zijn roodachtig en hebben een vliezige zoom of vleugel om de vruchten. De plant groeit in groepen op voedselrijke vochtige bodem, zoals langs beken en op rivieroevers. Hij verdraagt wel schaduw, maar geeft de voorkeur aan de volle zon.

Laatste nieuws